Brieffragmenten


Fragment uit een brief aan Wouter Welling

....

Begin april spookten er twee schilderijen door mijn hoofd die in wezen complementair aan elkaar waren: chaos versus stilte.
Allebei moesten zij echter het motief ‘absence’ vertegenwoordigen. To be or not to be, het onweerlegbare item van de schilderkunst en de literatuur.

Nu anderhalve maand later kan ik concluderen dat ik heb gerealiseerd wat me die dag voor ogen stond stond.
Twee doeken kunnen er worden toegevoegd aan The Broken Promised Land: Not dark yet (for Vincent) en Visible absence.

Op Not dark yet (de titel is afkomstig van een Dylan-song op Time Out of Mind uit 1997) poseert mijn vermaarde maar ondoorgrondelijke collega Vincent van Gogh op zijn paasbest tussen de restanten van afstervende zonnebloemen, een labyrint van vegetatieve chaos zonder horizon dat door het troostvolle zomerlicht toch iets feestelijks heeft. Het gezicht van Vincent mist de uiterlijke kenmerken van ogen, neus en mond, maar daarvoor in de plaats is een grafische afbeelding te zien van zijn beroemde slaapkamer met het gele bed uit Arles.

Not dark yet (for Vincent)

Not dark yet (for Vincent), 2017  Olieverf op doek, 100 x 130 cm                                                                          


Het schilderij bevond zich al langer dan twee jaar in de imaginaire plannenkast en het ontstond bijna vanzelfsprekend, dus zonder moeite, in tegenstelling met het andere doek dat ik de afgelopen weken onder handen had: Visible absence. Een nietige, glazen Alice op weg naar de onbenoembare stilte met links en rechts van haar aan de randen van het schilderij twee monumentale distels.

Op 31 juli van de vorige zomer fotografeerde ik op de glooiende schapenakker, die schuin tegenover onze tuin ligt aan de overkant van de Vienne, enkele distels in bloei. Ogenschijnlijk nietszeggende planten van nog geen dertig cm hoog die tijdens de bloei een mysterieuze schoonheid vertegenwoordigen. Zij omsluiten de ijle leegte waarin Alice zich bevindt. Het heeft mij heel wat hoofdbrekens gekost om dit onstoffelijke niemandsland uit de penselen te goochelen. Uiteindelijk is het me gelukt, maar één ding is zonneklaar: met de chaos heb ik meer affiniteit dan met de serene rust.

In de Volkskrant van 29 april jl. stond een bijzonder interview met de dichter/schilder Breyten Breytenbach. Hij koppelde Lucebert aan o.a. Cesária Evora, Malcolm Lowry, Leonard Cohen en Joris Ivens, wiens laatste film histoire de vent uit 1988 indertijd, een jaar na het overlijden van mijn vader, een diepe indruk op me maakte. Volgens Ivens, die uiterlijk veel op mijn vader leek, beland je na de dood in het gebied van de wind en van de vogels, een hoopvolle gedachte.
Volgens Breytenbach weerspiegelt de maan het licht van elders, een poëtisch bewijs dat alles met alles samenhangt. Ben je schilder of ben je het personage dat je schildert? Daar denk ik hier dus over na in deze enclave van de hazen en de hommels. Soms manifesteert de natuur zich in een adembenemende schoonheid: ’s morgens rond een uur of elf als er onder een wolkeloze hemel een lichte wind over het water glijdt, veroorzaakt de reflectie van het zonlicht een kleine parade van dansende sterretjes op de golfjes van de Vienne. Niet te schilderen natuurlijk maar wel een lust voor het oog.

....

23 mei 2017

Visible absence

Visible absence, 2017  Olieverf op doek, 100 x 125 cm                                                                                             


Fragment uit een brief aan Klaas Gubbels

....

In het atelier ben ik dit jaar voortvarend begonnen. Vijf grote formaten staan klaar voor de behandeling met verf en kwast.

Ik wil het jaar starten met Songbird (Moana). Een hedendaagse versie van Ophelia van John Evertt Millais uit 1851-52, het schilderij waar ik al heel lang speciale gedachten voor koester, in mijn ogen een werk van een buitenaardse schoonheid, dat regelrecht indruist tegen al de fanatische waanzin waarmee we in deze moderne dagen mee worden opgezadeld. Moana, onze kleindochter is nu twaalf jaar en heeft de Alice-leeftijd bijna achter zich gelaten. Zij is eigenlijk niet meer geschikt om een hoofdrol te vertolken in mijn verfasiel van de onschuld. De schoonheid die zij op dit moment met zich mee voert is echter onweerstaanbaar en dwingt mij a.h.w. om nog een keer vol gas te geven.

Ik plaats haar uiteraard niet in een waterpoel van de dood, maar in de luisterrijke vegetatie van ons Franse lustoord, dat ik de afgelopen jaren zorgvuldig heb bestudeerd en hopelijk enigszins ben gaan begrijpen. Een imaginaire, tere songbird gaat haar gezelschap houden, overspoeld door een onaards licht dat alleen maar via een zeer specialistische mengformule op het palet is te realiseren. Licht en poëzie zijn de enige wapens waarover we nog kunnen beschikken in deze wankelmoedige tijden.

....

12 januari 2015

Songbird (Moana)

Songbird (Moana), 2015  Olieverf op doek, 110 x 140 cm                                                                                 schilderij


Fragment uit een brief aan Age Klink

....

'De toetssteen van kunst is haar nauwkeurigheid' (Ezra Pound). De kwaliteit van het geheel wordt bepaald door de zorgvuldigheid waarmee de details worden neergezet, wil ik daar aan toevoegen.

Drie dagen werk ik nu aan de opzet van mijn dansende apengod Hanuman.

Deze uit de kluiten gewassen bergentransporteur, gehuld in een rode, korte broek houdt zich vooralsnog op in een doolhof van tere potloodlijntjes, dat de basis moet worden van een exotische bladerpracht, die regelrecht afkomstig is uit de avontuurlijke oerwoudgeest van Henri Rousseau. Deze oude grensbewaker en notoire junglepionier duikt telkens weer op uit de stoffige coulissen waar mijn permanente helden zich in hebben verschanst. De maestro en overgrootvader van 'het eigenzinnige tableau' vertoeft daar al langer dan veertig jaar en ik blijf hem trouw, tot aan het gaatje, met name omdat hij zo genereus was mij enkele keren uit de brand te helpen gedurende de schilderszoektocht waarmee ik nu al zoveel jaren achtereen mijn dagen mee vul.

Het fundament van welke onderneming dan ook moet altijd stevig en betrouwbaar zijn, dan volgt de rest vanzelf. Als een hedendaagse impressionist bracht ik de afgelopen zomer vele uren door in 'de tuin van het kwaad', in liggende houding op een rubberen matje, loerend door de camera om er de ideale lichtval te verschalken. Een inventarisatie waar ik de komende pereiode de vruchten van hoop te plukken.

Zoals je weet begint alles in eerste instantie met chaos: schemerige hersenschimmen en vage merktekens. Op de dunne draad, die boven deze warboel is gespannen, moeten wij ons evenwicht behouden en vervolgens veilig de overkant zien te bereiken. Het is me wat.

....

14 november 2014

Hanuman

Hanuman, 2014  Olieverf op doek, 120 x 160 cm                                                                                                schilderij


Fragment uit een brief aan Klaas Gubbels

....

Begin oktober startte ik met het vervolg van de schilderijenserie The Broken Promised Land.

Vorige week voltooide ik mijn recentste schilderij: De vergeten bruid. Een picturale verkenning over het zichtbare van het onzichtbare. In het centrum van de Gallische oubliette van Availles poseert een frêle ganesha-marionet, verscholen achter een houten olifantenmaskertje, getooid in een habijtje van een koninklijke allure, waarin een fel vermiljoenrood de boventoon voert.

Uiteraard is het een zelfportret, net zoals de dwerg in travestie, die ik meer dan dertig jaar geleden in opdracht van jou uit mijn penseel liet ontsnappen en die sindsdien jullie slaapkamer onveilig maakt.

Mijn recente vriend met zijn houten ledematen, opgedoken in het ravijn vol duistere nachtgeesten en slangengesis, waar ik de afgelopen zomer een met angst en onzekerheid gevulde week in door moest brengen, wordt omringd door gebladerte, waar het licht van de eeuwigdurende genade een opvallende positie in heeft weten te veroveren. Hetgeen het geheel een rustig en hoopvol cachet verleent.

Zo zie je maar weer, als je gewoon schildert wat je mee maakt, komt het allemaal vanzelf in orde. Alles in ons vak van 'de vuile olieverfschilderkunst' draait om licht en eeuwigheid, Klaas. Kijk maar naar Bonnard, de tovenaar die zelfs buiten het atelier op zijn tentoonstellingen van de gelegenheid gebruik maakte om zijn producten te vervolmaken. Ook voor onze collega Claude Monet, wiens botanische eldorado in Giverny wij onlangs bezochten, was het licht essentieel. Hij was een onvervalste romanticus, net zoals jij en ik, maar liet geen levende wezens toe in zijn paradijs. Licht en lover was voor hem voldoende.

....

11 november 2014

Rise and fall

De vergeten bruid, 2014  Olieverf op doek, 120 x 160 cm                                                                                  schilderij


Fragment uit een brief aan Pieter van Oudheusden

....

De lente-armada die hier enkele weken rond zwierf om de macht over te nemen, heeft uiteindelijk de tuin de rug toegekeerd. Zijn missie is succesvol afgerond.

Vanaf half april was ik er getuige van hoe de natuur haar paradoxale exercitie gedecideerd en consequent uitvoerde. Ogenschijnlijk deed zij haar werkzaamheden tergend langzaam, toch mocht ik iedere dag constateren dat er weer wezenlijke veranderingen hadden plaats gevonden. Een sluierachtig weefsel van vele nuances groen versierde de bomen en gaf de omgeving een totaal andere dimensie. Tegelijkertijd trok er een tere brigade van een sneeuwwitte lentebloesem door ons eldorado, niet gehinderd door de verraderlijke nachtvorst die in deze periode nog wel eens op het toneel wil verschijnen om roet in het eten te gooien. Alles marcheerde met een bijna goddelijke gratie.

Aan het einde van de middag, wanneer de zon het westen had bereikt, kleurde de tuin goudgeel en werden de geheimzinnige doorkijkjes naar de rivier geaccentueerd. Mini-panorama’s op de roerloze Vienne, die schitterde in een onwaarschijnlijk helder wit, dat in geen enkele verftube te krijgen is.

Vanavond complementeerde een nietige, blauwe rookwolk, afkomstig uit de verbrandingston in de aangrenzende tuin van buurman Dominique, het geheel. Als een transparante reiziger trok dit tere vehikel schuchter maar elegant door de zojuist voltooide lentevegetatie, over het zwembad vol barsten en scheuren, op weg naar het onbekende, dat zich schuil schijnt te houden tussen de bomen aan de overkant van de rivier.

....

6 mei 2013

Pool of tears

Pool of tears, 2013  Olieverf op doek, 100 x 130 cm                                                                                                   


Fragment uit een brief aan Hans Sonnenberg

....

Aan het einde van de avond als de tere wind haar haar intrede heeft gedaan, is de dan bijna donker geworden tuin op haar mooist.

De talrijke, groene gradaties die overdag het karakter van de tuin in belangrijke mate bepalen, zijn op dit tijdstip niet meer waar te nemen. Het nu duistere lustoord heeft de gedaante aangenomen van een hermetisch domein dat desondanks toch enigszins gloeit in het spaarzame avondlicht.
Het zwembad vol barsten en scheuren manifesteert zich op dit late uur door haar zwak oplichtende, blauwe gloed als een sereen, rechthoekig ruimteschip dat zojuist lijkt te zijn geland, afkomstig uit een verre, onbekende wereld.
Het is de enige bron van licht in de donkere massa voor me. De nerveuze vleermuisjes zijn begonnen met hun gebruikelijke duikvluchten door de eerste snippers van de nacht. Een tere fluittoon verplaatst zich vanaf het midden van de rivier naar het lage struikgewas aan de oever.

Het Lied van de Wind is een lied zonder woorden, dat zich als een fragiel en kwetsbaar web vestigt tussen de glanzende bomen in het zilveren licht van de maan.

Het wachten is op het dwergen-duo Renaldo & Clara, die beiden de 50 cm. niet halen. Protagonisten afkomstig uit het kubistische brein zonder grenzen van mijn held, the song and danceman Mr. Alias oftewel Bob Dylan.
Rondom dit tijdstip voeren deze nietige troostkabouters, perfect gekleed in hun smetteloze huwelijksuniformpjes, iedere dag een eenvoudig maar zeer elegant walsje voor me op aan het begin van de donkere tuin tussen de glinsterende slakkensporen, de talrijke molshopen en de kaka van de nachtgeesten. Met boven hun nederige hoofden ver verwijderd van deze tragische wereld een eindeloos firmament, gevuld met ontelbare sterren. Een immense donkere hoed vol magie en geheimen als een onbereikbaar aureool van de eeuwigheid.

Een hallucinatoir panorama dat sluipend opdoemt als een voorbode van de droom, om vervolgens tergend langzaam weer te verdwijnen. De perfecte fata morgana, die ons iedere avond beschermt en toedekt en die niet te vertalen is in verf. Om dit te registreren moet je enkel en alleen over het juiste oog beschikken.

In wezen ben ik een wanhopige optimist, die leeft met een illusie. Zo simpel is het, de rest is eigen lijk niet belangrijk.

....

27 augustus 2012

Rise and fall

Walking on water, 2009  Olieverf, tempera op doek, 100 x 130 cm                                                                     schilderij


Fragmenten uit twee brieven aan Olphaert den Otter

....

Sinds begin april houd ik me bezig met de nieuwe ( botanische ) schilderijenserie The broken promised land. Bijna dagelijks breng ik een aantal uren door in de kleine studio met uitzicht op het paradijselijke 'neverland' aan de spiegelrivier, ons zomer-eldorado dat een essentiële rol moet gaan spelen in mijn toekomstige werk.

Ik werk hier op dit moment aan de tweede versie van The sleeping giant. Mijn renaissance uit de onderwereld van het lichamelijke ongemak en waarschijnlijk het belangrijkste thema uit mijn zondige en zware leven tot nu toe.
Een paradoxale come-back, hoe kan het ook anders? Een bebloede dwerg versus een slapende dus kwetsbare reus, ontdaan van elke illusie en ieder verlangen, aan de rand van het verloren paradijs, waarin hij nooit zal worden toegelaten. Een kolos in dromenland, die eigenlijk niet bestaat omdat er aan zijn lichaam geen kleur is besteed, ligt vreedzaam te sluimeren onder een oude eik. Beide sprookjesfiguren vertonen dezelfde nobele gelaatstrekken als die van hun geestelijke vader. Linksonderin kruipt Alice, die zichzelf een kroon op het hoofd zet en wel in kleur is afgebeeld, uit een lineaire hoed tevoorschijn.
Op de linkerknie van de reus bevindt zich een hop, een sierlijke vogel, die hier regelmatig met imponerende golfbewegingen door de tuin vliegt. Rechtsonder in het schilderij, pal achter de aangetaste dwerg, plaatste ik als poëtische tegenhanger een nachtegaal.

Tijdens het werken aan dit tafereel denk ik overigens vaak aan Pierre Bonnard, de magistrale meester van de nerveuze toets. Grote schilders zijn bijna altijd zenuwpatiënten, Olphaert. Bonnard behoorde tot de buitencategorie, die zelfs gedurende zijn exposities nog doorpeuterde aan zijn schilderijen.
Was ik maar een eenvoudige landschapschilder geworden net als de arme Vincent, dan zat ik nu waarschijnlijk veilig opgesloten in het gesticht van Saint Rémy de Provence, achter dikke muren door een getralied venster naar een akker vol blakend zonlicht te turen. De werkelijkheid is echter anders. Ik voel mij soms een dolende wichelroedeloper op zoek naar het tegendraadse in het bastion van de menselijke ziel.
Vermoedelijk ben ik daarom op dit moment in zo'n hardnekkig gevecht verzeild geraakt met mijn picturale jungle vol reuzen, dwergen en andere imbeciele bosgeesten.

Op mijn strompeltocht naar The broken promised land heb ik slechts twee wapens ter beschikking: intuïtie & intensiteit. Het is niet veel maar het is voldoende.
'Je zult vergaan, dus ga te ver'. Met dit paradoxale motto in het achterhoofd, heb ik me deze zomer wederom strategisch ingegraven langs de milde oever van de Vienne, waar zich het troostvolle lustoord bevindt voor verloren jongens zoals ik. In gezelschap van nimf en dwerg ga ik hier dagelijks op zoek naar het onbenoembare, dat zich schijnt op te houden langs de route van de vertelling en de vertoning. De boulevard van het narratieve die ook voor jou vertrouwd terrein moet zijn en die onze gecompliceerde wereld regelmatig op een sympathieke wijze in een sprookjesachtig daglicht plaatst. Maar die tegelijkertijd in staat is diezelfde wereld om te toveren tot een ballingsoord dat duister en hermetisch is, dus zonder nooduitgang.

Je merkt het al, ik krijg zo langzamerhand een steeds objectievere kijk op de werkelijkheid. Vaak voel ik mij een gevangene die met een lichtblauw schijtlijstertje op zijn schouder maar verdwaald in zichzelf van de ene droom in de andere glijdt. Het stevig drukken op de oogbal wil ook wel eens helpen om het gewenste visioen voor het voetlicht te krijgen. Een oud recept uit de school van Arthur Rimbaud ( de man met de zolen van wind ). Doe er dus je voordeel mee.

....

 7 juni 2012
26 juli 2012

The sleeping giant (2)

Het schavot (van de schade en de schande), 2012  Olieverf op doek, 110 x 130 cm
The sleeping giant II, 2012  Olieverf op doek, 100 x 130 cm


Fragment uit een brief aan Pieter van Oudheusden

....

Op mijn steeds kleiner wordende levensijsschots drijf ik iedere dag iets dieper de zelfgekozen schilderijenjungle binnen.

Links en rechts naast mij, verscholen in een dichte mist, bevinden zich de oevers van het vaste land, waar alleen de monotone tamtamgeluiden van de hardnekkigheid en de koppigheid te horen zijn. Ik ben op weg naar het centrum van de wildernis waar enkel nog de papegaaien krijsen, die ik stuk voor stuk wil gaan vermorzelen en waar geen aap meer danst. Uiteindelijk, na veel ontberingen, hoop ik in dit Land's End, op de mestvaalt van de geest een eenvoudig altaar aan te treffen, waarop de door mij begeerde 'spiegel van het niets' staat te flonkeren.

In het diffuse avondlicht zal ik nederig knielen om mijn eens zo markante, maar nu zo ernstig verlopen hondenkop te zien weerspiegelen in het vuile beslagen glas. Wanneer ik daar vervolgens alleen maar leegte in ontdek zal ik me realiseren dat het ultieme doel is bereikt en dat ik onzichtbaar ben geworden, net zoals in de vele schilderijen die in het verleden wisten te ontsnappen uit mijn voortdurend klepperende hersenpan.

....

23 augustus 2010

The broken promised land

The broken promised land, 2011  Olieverf op doek, 125 x 170 cm                                                                     schilderij


Fragment uit een brief aan Age Klink

....

Ondertussen moet ik genoegen nemen met de gecompliceerde werkelijkheid van alle dag. Ik weet het, Age, en ik aanvaard het zonder morren.

Een droom werd hier werkelijkheid deze zomer toen ik half juli onze kleindochter Moana als een moderne Alice in De tuin van de wezenlijke leegte rondleidde tussen de bloemen en de vlinders en haar vertelde over de toverkunst van de fantasie die daar soms in praktijk wordt gebracht.
In deze botanische enclave hoop ik haar ooit de spiegel te tonen die 'het niets' bevat. Die leegte is de finale waar ik nu al zoveel jaren naartoe aan het reizen ben. Een reis die ik overigens belangrijker vind dan de eindbestemming, maar dit terzijde.
Het wonderland van de schilderkunst, waaruit ik nu al vele jaren steel als de raven, is het enige baken van ontroering waar ik de poëzie weet te ordenen op een voor mij aanvaardbare manier. Ken uzelf in niets te veel probeerde ik mijn elegante droomprinsesje, zonder heteroniemencontour, op die middagen uit te leggen. Op dezelfde plek waar ooit in de jaren vijftig apen woonden in een kooi als een wrede lokale campingattractie en waar nog steeds tussen de bessen en de bramen, tussen de lammeren en de slangen het zonlicht straalt dat mij soms doet huiveren van genot. Dit transparante hemelgeschenk dat duidelijk zichtbaar de bomen streelt, maar toch een raadsel is dat wij armzalige kunstenaars hier op aarde niet kunnen oplossen.
Ik heb serieuze pogingen ondernomen om het haar allemaal uit te leggen.
Of het me gelukt is, blijft echter de vraag. Wel kan ik je toevertrouwen dat ik zielsgelukkig was toen zij in haar wellicht allerlaatste nimfijnengloed voor mij poseerde op het ponton in de rivier, terwijl zij haar plastic kaplaarsjes met rode balletjes droeg.
Zelfs de Vienne gaf op dat moment een lichte rimpeling.

Echte schoonheid kent geen genade, is onverbiddelijk en onthult de ontroering waar in essentie alles om draait.
Kunst is te allen tijde een compensatie van het lot waarin wij ons bevinden, dat mogen we nooit uit het oog verliezen.

....

7 augustus 2010

The garden of good and evil

The garden of good and evil, 2010  Olieverf op doek, 125 x 170 cm                                                                   schilderij


Fragment uit een brief aan Pat Andrea

....

Vorige week begon ik aan het schilderij La Vie (100 x 130 cm).
Een oude rekening die nog vereffend moest worden en die al maanden door mijn hoofd spookte. Een paradoxale geschiedenis over dood en liefde, die ik deze zomer hier tussen de glooiende heuvels van A. hoop te voltooien.

Het is een hommage aan Henri Rousseau. Misschien niet de meest getalenteerde vertegenwoordiger op de akker van de schilderkunst, maar wel een van de eigenwijste en al vele jaren een van mijn helden.
Met name omdat hij ooit een hand met vijf kunstvingers uit de verfdoos deed opdoemen in zijn beroemde portret van Pierre Loti ( de man met de fez).
Zelden zo'n slecht geschilderde, maar stronteigenwijze hand mogen aanschouwen.

Bovenin mijn schilderij komt een kopie van Eclaireurs attaqués par un tigre uit 1904. Een van Rousseaus meest indrukwekkende jungle-schilderijen. Verkenners in grote nood in een prachtige kleurstelling vol dood en verderf. Waar vind je zoiets nog tegenwoordig ?
Links onderin een detail uit het schilderij Le douanier Rousseau montant vers la gloire van René Rimbert uit 1926. Rousseau stijgt ten hemel, staande op een kleine tere wolk omgeven door een uniek blauw dat enkel hierboven achter de verre sterren verkrijgbaar is. Dus niet hier op aarde in de plaatselijke verfwinkel tussen de punaises en het plakband, zelfs niet in Parijs.
Aan de rechterkant plaatste ik een detail uit zijn beroemde Moi-même, portret-paysage (Autoportait) de Rousseau uit 1890. Een uitzicht op een zeer rustiek Parijs, inclusief een onbeholpen geschilderde Eiffeltoren. Mijn aloude fallusobsessie wordt op deze wijze wederom verantwoord in beeld gebracht. Transparant en lucide, deze keer door de ogen van de leermeester die het labyrint, waar wij nog altijd moeten ronddolen, al op 2 september 1910 heeft verlaten. In het centrum van het schilderij plaats ik een monumentale afbeelding van een palet. Het voorwerp waarop menig kladschilder zijn kleuren mengt en dat in zekere zin het materiële vertrekpunt is van ieder schilderij, een broedplaats van de fata morgana.
In dit geval een grafische voorstelling van het palet van de maestro zelf met daarop naast een boogje verfkwakjes (in zwart en wit dus) de namen Clémence en Joséphine, de twee vrouwen die hij tijdens zijn leven toegang verschafte tot zijn hart.
Onderin het schilderij komt over de gehele breedte een ontoegankelijk vulkanisch Rousseau-landschap. Het territorium van de oude tovenaar wordt op deze manier zorgvuldig afgebakend tegen inbraak. De door mij 'geleende' beeldfragmenten moeten onderling maar uitzoeken waar de eventuele nooduitgang zich bevindt.

Het blijft echter behelpen, dat lijkt me duidelijk.
Ons edele beroep wordt in wezen bepaald door leugen en bedrog. Wij produceren immers luchtspiegelingen.
Wellicht getuigt het van enige beschaving wanneer wij ons eenvoudigweg aansluiten bij het gilde van de dieven en de rovers.
Dan zijn we in ieder geval georganiseerd en bevinden wij ons onder bloedbroeders die uit hetzelfde hout gesneden zijn.
Echte Pinokkio's, die indien we ons best blijven doen hopelijk ooit zullen veranderen in echte jongens.
Aan het einde van de tunnel gloort een beetje licht, laat dat een troost zijn.

....

5 augustus 2010

La vie (hommage à Henri Rousseau)

La vie (hommage à Henri Rousseau), 2010  Olieverf op doek, 100 x 130 cm                                                    schilderij


Fragment uit een brief aan Klaas en Heleen Gubbels

....

Gedurende de nachten die hier in Frankrijk zeer donker zijn, tijdens de slaap dus, word ik in toenemende mate geconfronteerd, maar vaker nog gekweld door dromen van een zeer duister allooi. Iedere nacht daal ik af naar mijn donkere droomspelonk, die zich in het centrum van mijn steeds luider klepperende hersenpan bevindt.

In deze angstaanjagende grot vol heimelijke visioenen, gebroken spiegels en waanvoorstellingen tref ik op de bodem tussen het ordinaire afval van het leven zelf soms een diamantje aan dat vermoedelijk ooit in het bezit is geweest van een klein gehandicapt doodshoofdaapje. Onder de pleisters en stevig in het verband houdt hij daar de boel een beetje op orde. Hij draagt de Scandinavisch aandoende naam Mr. Nilsson en is in staat zonder haperen Erbarme dich achterstevoren te zingen. Een nuttige hulp in de huishouding, die van wanten weet.

Over het algemeen is het kennelijk verloren en vergeten siersteentje al behoorlijk aangetast door de klimatologische omstandigheden in het gesloten interieur van mijn solitaire bovenkamer. Maar het glimt nog wel en daar gaat het om. Mijn taak is het kleinood veilig en onbeschadigd naar buiten te transporteren. Via het zgn. doorgeefluik van de neuroses van de dromen belandt het dan in het bewustzijn van de kale dag, de werkelijkheid die zeer eenvoudig is en ‘waar alles lijkt op wat het is’, het motto van mijn schilderkunst.

Eenmaal ontsnapt uit het labyrint van de slaap vervoer ik het edelsteentje behoedzaam naar ‘de tuin van de wezenlijke leegte’. De enclave die hier gratis voor de deur ligt en waar koningin Alice de lakens uitdeelt. Een lustoord van de hallucinatie waar de zeldzame materie vervolgens ruim de tijd krijgt om te rijpen en tenslotte te worden omgetoverd tot een van mijn picturale heteroniemen. Verre neven, halve broeders, ontheemde bewoners afkomstig uit het asielcentrum van de geest, zijn stuk voor stuk uitverkoren om uiteindelijk plaats te nemen op het maagdelijke canvas.

....

1 juni 2010

Atelier Rotterdam februari 2011

Atelier Rotterdam februari 2011


Fragment uit een brief aan Etienne en Nanda Dupont

....

Begin dit jaar voltooide ik The war not on, het vijfde schilderij uit de serie Alice (high, low and in between) waar ik sinds 2009 aan werk.
Een beeld van een gebeurtenis die nog niet begonnen is. Een gecompliceerde fata morgana waarin vijf verschillende werelden een alliantie aangaan.

Alice ontmoet op dit schilderij de dodo op een vloer van zachte pastelkleuren. Een dreigend gevaar dient zich aan. Boven hun hoofden wordt uit een Bruegellandschap met sterk contrasterende ingrediënten een doos van Pandora boordevol dierlijke zelfportretten naar beneden gegooid.
Links van het grafisch uitgevoerde duo wordt de argeloze kijker een fallische vuurtoren in optima forma, inclusief zwaaiverlichting voorgespiegeld. Aan de rechterkant is ons Franse huis (houten versie) te zien, terwijl het in de donkere aarde wegzakt.
Onder de pastelvloer bevindt zich een duistere strafkolonie, de onderwereld van de verloren jongens.

Voorwaarts, naar de volgende uit pigmenten opgebouwde luchtspiegeling. Het schimmengebied met zijn onvermijdelijke valkuilen. De arena waar de wisselwerking tussen de verbeelding en de werkelijkheid wederom zal plaatsvinden.

....

23 mei 2010

De onbegonnen oorlog

De onbegonnen oorlog, 2009  Olieverf op doek, 125 x 170 cm                                                                            schilderij


Fragment uit een brief aan Jan Riezenkamp

....

Diep in mijn nog steeds redelijk functionerende nevelbrein doemen de eerste contouren op van het schilderij waar ik de komende weken aan wil gaan werken.
The orphans of the sea zal het gaan heten. Een mooie, voorname titel voor een tragisch maritiem gebeuren. Het zesde werk uit de serie Alice, (high, low and in between). Alice zwemt er in haar eigen tranen in gezelschap van de muis. Het wordt de picturale reconstructie van een sluimerend doch hardnekkig heimwee-verdriet, een handicap die mij al jaren parten speelt.
Deze gemoedstoestand heeft ook een naam en een persoonlijkheid: Prinsje Melancholia. Een redelijk ongecontroleerde boslaankabouter die mij nu al tientallen jaren achtereen vergezelt op mijn strompeltocht over de pieken en door de dalen die mijn levenspad kruisen. Hij is de representant van het ultieme absentiagevoel waar menig wereldburger ook mee opgezadeld schijnt te zijn.
Visible Absence, het wezenlijke niets dus bepaalt in belangrijke mate de richting waarin mijn werk zich ontwikkelt. Nog steeds ben ik er niet in geslaagd dat raadsel op te lossen, laat staan te vereeuwigen. Sterker nog, datzelfde raadsel wordt eigenlijk iedere dag een beetje groter. Mijn leven is duidelijk nog niet voltooid.

Terug naar het schilderij met de enigszins bedroefde titel. Er komen een in de zee stortende Pieter Bruegel Icarus en een zinkende Henri Rousseau stoomboot op voor. Zachtjes zal de boot a.h.w. wegglijden in de woelige baren, die ik zal schilderen in een onheilspellend groenachtig bruin waar ik overigens wel enkele zeer aanwezige witte schuimkoppen aan zal toevoegen voor het picturale en dramatische effect.
Spreek met niemand over deze plannen, voor hetzelfde geld verdwaal ik in mijn ambitieuze labyrint, mislukt het geheel en zal ik genoodzaakt zijn om wederom een teleurstellende episode aan mijn tragische lot toe te voegen.

....

19 mei 2010

De wezen van de zee II

De wezen van de zee II, 2010  Olieverf op doek, 125 x 170 cm                                                                            schilderij


Fragment uit een brief aan Hans Andringa

....

Het leven is keihard en meedogenloos; ik kan er niet genoeg de nadruk op leggen. Desondanks bevind ik mij sinds enkele weken weer in 'het Neverland' van de schilderkunst. Tussen de glinsterende brokstukken uit de hemel op zoek naar mijn verloren schaduw. Een zelfgekozen lot, dat nu al tweeënveertig jaar duurt. Dagelijks werk ik een aantal uren aan mijn nieuwste schilderij dat ik de enigszins beladen titel Gethsemane heb meegegeven.

Het wordt een portret van de grootste vorst die ooit op aarde heeft rondgelopen. Hij bevindt zich boven op een muur met achter zich als een onvermijdelijk vergezicht van de illusie 'het beloofde land', het picturale landschap vol olijfbomen, ingestorte huizen en een wachttoren.
Een slangenmens in een kek rood broekje, de zogenaamde contorsionist (met dank aan Pyke Koch en Mary Ellen Mark).Uiteraard een zelfportret met gelaatstrekken die edel en nobel zijn, zoals het hoort. Maar deze keer wel als een echte zoon van Sodom. Getekend door het leven weet Hij zijn twee voeten voor het aangezicht te plaatsen. Hij vormt a.h.w. zijn eigen gevangenis.
Kortom een eenvoudig en bescheiden portret van een kind van het circus, een moderne man van smarten.

Onderaan in het midden van het schilderij plaatste ik een zinkende Titanic.
Vol feestverlichting en begeleid door imaginaire klagende vioolmuziek zakt het schip het water in op weg naar de bodem van de oceaan waar het eeuwig donker is. Geen straatverlichting, zelfs geen maneschijn is er te bekennen.
Het schilderij nadert zijn voltooiing en herbergt dus een onontkoombare tragedie in zich, zorgvuldig verborgen tussen de verflagen.
Het ergste is dat Hij die zich op de muur bevindt voor de fata morgana van de verbeelde belofte geen vinger uitsteekt om deze rampspoed te voorkomen. Hij heeft het kennelijk te druk met zijn eigen situatie, het zelfgecreëerde lichamelijke labyrint waaruit niet valt te ontsnappen.

Voorwaar goede vriend, een gecompliceerd portret met een duistere inhoud.
De melancholie en het absurde zijn belangrijke vertrekpunten van mijn werk. De tere, misleidende pastelkleuren sieren de voortdurend veranderende, sceptische vermomming waarmee mijn immer afwezige ongekroonde koning zich tooit in zijn domein van de paradox.
In steeds wisselende hoedanigheden is hij de constante heer en meester van het zwijgende schaduwrijk waarop mijn schilderkunst zich richt.
Gethsemane, Titanic, zij zijn enkel maar benamingen van fragmenten.
Speranza is de verzamelnaam van het geheel.
Het is maar dat je het weet.

....

23 augustus 2009

Rise and fall

Gethsemane, 2009  Olieverf, tempera op doek, 100 x 130 cm                                                                              schilderij


© Arie van Geest